E-inclusie, meedoen in de digitale samenleving
Het is voor iedereen belangrijk om goed deel te kunnen nemen aan de gedigitaliseerde samenleving. En recente onderzoeken wijzen uit dat dit voor de gemiddelde Nederlander nog niet meevalt.[noot1.] Voor veel mensen met een (licht) verstandelijke beperking is het dan ook extra moeilijk. [noot2.] Hoe zorgen we ervoor dat mensen met een verstandelijke beperking ook in de mogelijkheid gesteld worden deel te nemen? Hoe werken we aan e-inclusie?
Wat is e-inclusie?
Tijdens mijn werk als begeleider heb ik gemerkt dat de media een belangrijke rol spelen in het leven mensen met een verstandelijk beperking cliënten. Deze rol is bovenal een positieve rol. De media helpen de cliënten meer zelfredzaam te zijn en maken het gemakkelijker sociale contacten aan te gaan en te onderhouden. Ook zorgen de media voor vrijetijdsbesteding en vermaak. Maar het is niet voor iedereen vanzelfsprekend dat ze kunnen participeren in dit gedigitaliseerde deel van de samenleving. De gedachte dat mensen met een verstandelijke beperking moeten kunnen participeren in onze samenleving komt voort uit het burgerschapsparadigma. Dat wil zeggen dat een persoon met een verstandelijke beperking ook autonoom burger is met zelfbeschikkingsrecht en dat hij in staat moet worden gesteld om “optimaal te participeren in de samenleving.” Als een burger optimaal kan participeren in de samenleving is er sprake van inclusie. Het optimaal participeren binnen onze gedigitaliseerde samenleving noemen we e-inclusie.
Digitale kloof
Op het moment dat optimale e-inclusie nog niet bereikt is, spreken we van een digitale kloof.[3] Deze kloof wordt vooral veroorzaakt door problemen met de toegankelijkheid van ict voor mensen met een verstandelijke beperking. De toegankelijkheidsproblemen kunnen onder meer fysiek, psychisch en cognitief of economisch van aard zijn. Financiële ondersteuning en aanpassingen aan soft- en hardware kunnen deze problemen grotendeels oplossen. Door de toegankelijkheidsproblemen op te lossen is het voor mensen met een verstandelijke beperking ook mogelijk om vaardigheden te verwerven om om te gaan met ict. Er zijn voldoende materialen ontwikkeld om de digitale kloof te kunnen gaan dichten voor mensen met een verstandelijke beperking. Economische toegankelijkheidsproblemen blijven bestaan en vertragen het dichten van de kloof. Er is echter nog een probleem dat de digitale kloof in stand houdt: het burgerschapsparadigmaprobleem.
Aangepaste websites
www.Steffie.nl
www.ookjij.nl
www.plein26.nl
www.werktook.nlAangepaste software
www.Ikkies.nl (zowel voor individu beschikbaar als voor instellingen(intranet) of scholen(elo))
www.Wai-not.org (voor begeleiders)
www.wai-not.be (voor mensen met een verstandelijke beperking)Voor een uitgebreider overzicht kijk op mijn delicious
Het blijkt dat veel begeleiders/instellingen nog worstelen met het burgerschapsparadigma. Als we uitgaan van autonomie en zelfbeschikking mag iemand zelf keuzes maken en wordt er niet vóór hen gekozen. Maar zowel de overheid als veel begeleiders van mensen met een verstandelijke beperking zien nog steeds vooral beperkingen en onmogelijkheden. Ook op het gebied van internettoegang. Er zijn begeleiders/instellingen die cliënten de toegang tot internet geheel of gedeeltelijk ontzeggen.
Onderzoekster Sanneke Langendoen geeft hiervoor een reden; Veel begeleiders en teamleiders vinden internet eng en zijn bang de controle kwijt te raken. Het is de controle die binnen het burgerschapsparadigma losgelaten wordt. Het is ook een complexe situatie. Mensen met een verstandelijke beperking hebben ondersteuning nodig en bevinden ze zich vaak in een afhankelijke positie ten opzichte van hun begeleiders. De zorginstellingen moeten verantwoorde zorg leveren en bij het gebruik van internet kan veel mis gaan. Daarnaast zijn begeleiders nog niet altijd in staat om uit te gaan van de zelfregie van de cliënt en om zelf goed met internet om te gaan. Dit maakt de controlerende houding begrijpelijk, maar het loslaten ervan niet minder noodzakelijk.
Langendoen geeft een voorbeeld van een begeleider die vrije toegang toestaat; “We gaan […]uit van het thema zelfregie, waarin cliënten zelf mogen beslissen en daar moeten wij cliënten ook het vertrouwen in geven.”[4] Er vanuit gaande dat dit de wenselijke situatie is wil ik een aantal dilemma’s schetsen die voortkomen uit het toestaan van onbeperkte toegang tot het internet.
Iedereen op het internet?
Volgens het Engelse marktonderzoekbureau Globe Scan vinden vier van de vijf mensen wereldwijd toegang tot internet een fundamenteel recht. Dat zou een goede reden kunnen zijn om een vrije internettoegang voor mensen met een verstandelijke beperking te faciliteren. Maar als toegang tot het internet een fundamenteel recht is moet niet alleen iedereen in de mogelijkheid gesteld worden er gebruik van te maken maar ook moet iedereen in de mogelijkheid gesteld worden duidelijk te krijgen wat de meerwaarde van een computer kan zijn. Want dat is toch het belangrijkste van internetgebruik; de meerwaarde voor de gebruiker. Of er vervolgens gebruik van gemaakt wordt mag iedereen individueel bepalen. Je schaft ook geen fiets aan als je niet weet of je wel ooit ergens heen zou willen fietsen. Dat is het belang van het burgerschapsparadigma. Het is aan de begeleiders om hun cliënten te ondersteunen bij het maken van de keuze. Een probleem hierbij is dat er hierover voor begeleiders nog nauwelijks voorlichtingsmateriaal beschikbaar is.
Ondersteunen, afschermen en weerbaar maken.
We kunnen niet voorbij gaan aan de gevaren van het internet, maar dat kunnen we ook niet voor onszelf of onze kinderen. En er zijn mensen met een verstandelijke beperking waarvan het de vraag is of ze (voldoende) kunnen reflecteren over hun eigen gedrag om zich veilig op het internet te begeven. Maar het is aan hen om samen met de begeleiders te kijken wat ze willen en hoe ze dat kunnen realiseren. Dit kan inhouden dat een cliënt ervoor kiest om een filter te installeren of gebruik te maken van een monitorfunctie. Maar het kan ook betekenen dat een cliënt risicovol gedrag gaat vertonen op het internet. Belangrijk is hierbij dat begeleiders goed op de hoogte zijn hoe ze hun cliënten kunnen ondersteunen. Maar ook hoe ze hen in de mogelijkheid kunnen stellen meer weerbaar te worden. En ook hier blijkt dat er nauwelijks geschikt materiaal beschikbaar is om begeleiders hierin te ondersteunen.
[Om dit gat op te vullen ontwikkeld Blik op media komend jaar i.s.m. de VGN en Platform VG een meetinstrument om mediawijsheid te kunnen meten bij mensen met een licht verstandelijke beperking. Hierin zal voorlichtingsmateriaal voor begeleiders een plaats hebben. Meer informatie hierover.]
Aangepast educatiemateriaal veilig internet
Dit is met name gericht op kinderen, maar soms ook bruikbaar voor jongeren/volwassenen
www.williewebwijs.nl cursus veilig internet
www.vzwmentor.be/content/internet-knuffel Internetknuffel – veilig internet in picto’s
www.mijnkindonline.nl Brochure Internet van Mijn Kind Online voor het speciaal onderwijs – komt in juni
www.mediawijsspeciaal.nl – website over mediawijsheid in het speciaal onderwijs
www.esocialwork.eu – website voor sociaal werkers om internetgebruik te begeleiden binnen hun werk.Meer…
Nadelen van bestaand materiaalVeel bestaand materiaal is te kinderlijk, te betuttelend of te veel gericht op informatieoverdracht. Er is een uitdrukkelijke wens vanuit de gehandicaptenzorg om met materiaal te komen dat mensen met een verstandelijke beperking respectvol benaderd. Eenvoudig wil niet zeggen dat iets kinderlijk moet zijn. Een goed voorbeeld van eenvoudig en respectvol is te vinden op www.digitalecomputercursus.nl. Een ander goed voorbeeld van eenvoudig en volledig aan te passen naar de wensen van de cliënt www.ikkies.nl
Aanpassen of aanleren?
Eerder werd genoemd dat iedereen in de mogelijkheid gesteld moet worden gebruik te maken van ict. Dit wil niet zeggen dat alle mensen met een verstandelijke beperking naar school moeten om een cursus te volgen. Er is ook veel aangepaste software waar geen cursus voor nodig is. En er zijn ook instellingen die intranet voor cliënten faciliteren. Maar ook hier moet goed gekeken worden naar de meerwaarde voor de gebruiker.
Wat kan de meerwaarde van ict zijn voor mensen met een verstandelijke beperking?
- Versterken van de autonomie
- Doen wat anderen ook doen
- Stimuleren zelfwaardering
- Uitbreiden en verstevigen sociaal netwerk
- Toegang tot informatie
- Vrijetijdsbesteding
Meerwaarde en eigenwijze
R. is een jongen met autisme, hij heeft weinig vrienden en een vreselijk verleden achter de rug. Het is een teruggetrokken jongen, maar niet bijzonder ongelukkig daarmee. Sinds kort heeft hij beschikking over een computer en een internet verbinding. De verhalen die hij schrijft kan hij nu publiceren op een website. Sinds hij dat doet heeft hij één fan die zijn verhalen leest en voorziet van (positief) commentaar. R. is hier bijzonder gelukkig mee en voelt zich erkend. Deze persoon geeft hem het gevoel dat hij bestaat en meetelt. Er wordt naar hem uitgekeken. De kwaliteit van leven wordt hiermee duidelijk vergroot.
Laatst vertelde iemand over een cliënt met autisme die de computer erg veel gebruikte. Ze zei dat hij achter de computer vereenzaamde en dat het beter zou zijn wanneer hij ook wat ‘echte’ vrienden had. Voor mensen met autisme is face to face contact heel ingewikkeld. En contact met mensen via de computer is waarschijnlijk een heel waardevolle aanvulling in zijn leven. De communicatie is minder beladen dan offline. Hij hoeft geen gezichtsuitdrukkingen te plaatsen, hij hoeft niet in te schatten wat iemand met een bepaalde intonatie wil zeggen. Deze jongen vereenzaamt misschien helemaal niet achter de computer, maar vindt het juist zeer prettig om zo te leven. (En wees eerlijk, zouden we dit ook zeggen van iemand die een groot deel van zijn dag zit te lezen? En wat is dan socialer?) Laten we dus alstublieft oog houden voor wat de mensen zelf willen, wat het internet voor meerwaarde kan hebben, ook al is die meerwaarde iets wat we moeilijk kunnen begrijpen.
Wat ontbreekt er nog?
- Een overzicht van alle ontwikkelde websites, software en hardware. Een start is hiermee gemaakt in België; www.ictwijs.be Aansluiting van Nederland en een update zijn nodig.
- Materiaal om begeleiders te ondersteunen. Ook hier is in België een start mee gemaakt www.esocialwork.eu Aansluiting van Nederland zou een mogelijkheid zijn. In Nederland wordt er wel een start gemaakt voor de jeugdzorg www.jeugdzorg20.nl educatiemateriaal ontbreekt nog.
- Onderzoek naar(de invloed van) ict-gebruik van mensen met een verstandelijke beperking. Mijn advies is dat het onderzoek gedaan wordt in een samenwerking tussen prof. op het gebied van ict en prof. op het gebied van mensen met een verstandelijke beperking.
[3]Voor een uitgebreid overzicht van artikelen over de digitale kloof en mensen met een verstandelijke beperking zie; http://delicious.com/blikopmedia/bundle:Digitale-kloof
[4] Langendoen, S. (2009) De invloed van internet op sociale isolatie van verstandelijk en lichamelijk gehandicapten.
{ 2 comments… lees ze hieronder of voeg er een toe }
Heel herkenbaar! Ik ga dit stuk in mijn organisatie gebruiken, om meer collega’s bewust te maken van en mee te laten denken over de huidige stand van zaken.
Dank je wel!
Hallo! Ik gebruik dit stuk als onderbouwing voor mijn standpunt dat sociale media een mooi instrument zijn bij het versterken van sociale netwerken van mensen met een beperking. Dank!